Techniek

 

Zoals je waarschijnlijk al is opgevallen, zijn er op deze website aardig wat foto’s te zien. Hoewel ik mijzelf niet wil bestempelen als een erg fanatieke amateur-fotograaf die altijd zijn camera bij zich heeft, fotografeer ik graag.

Een extra stimulans om foto’s van het zeilen te maken is het enthousiasme van Kevin en andere kids (en soms ook grote mannen!) als ze een foto van henzelf zien. Ook ziet Kevin heel vaak dingen op de foto die hij kan verbeteren, zoals positie in de boot en situaties bij de start en boeien. Niet alleen leuk maar nog leerzaam ook!

 

De meeste foto’s op de website zijn genomen met een Nikon D50. In augustus 2006 heb ik de overstap naar de digitale spiegelreflexcamera gemaakt. De kwaliteit van de digitale camera’s was sinds de aanschaf van onze eerste digitale compactcamera, de Minolta F100, met sprongen vooruit gegaan en de prijzen waren voor mij inmiddels op een acceptabel niveau gekomen. De Minolta had bij het fotografen van sport toch duidelijk zijn beperkingen.

De keuze viel op een Nikon D50 met het standaard 18-55mm objectief. Ondanks dat dit objectief een van de goedkoopste uit de lenzenreeks van Nikon is, is de optische kwaliteit ervan uitzonderlijk goed te noemen.

 

 

Als telezoomlens gebruik ik de Nikkor 70-210 f4-5.6D. Dit is een ouder type lens welke al geruime tijd niet meer gemaakt wordt, maar optisch en mechanisch van zéér hoge kwaliteit is en erg snel scherp stelt. Vooral het laatste is natuurlijk van extra belang bij het fotograferen van het zeilen. Niets is zo erg als mooie momenten te missen door een langzaam autofocussysteem! De bovengenoemde lens wordt vandaag de dag alleen overtroffen door de 1800 euro plus reeks van Nikon. Het kostte wel wat moeite om een goed exemplaar te pakken te krijgen, want de D-versie is nog steeds erg gewild en al lang niet meer nieuw te krijgen.

De standaardversie (zonder D) is optisch gelijk, maar stelt aanmerkelijk minder snel scherp en is dus voor de zeilfotografie veel minder geschikt.

 

 

Uiteindelijk bracht Marktplaats uitkomst, omdat ik daar een uitmuntend exemplaar op de kop heb kunnen tikken. Tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds verrast over de uitzonderlijke scherpte en contrast van dit objectief.

 

Als de lichtomstandigheden het toelaten dan fotografeer ik op ISO 200. Met minder licht wordt het ISO 400 om de sluitertijden voldoende kort te houden met de 70-210 lens. De toename van beeldruis bij ISO 400 in plaats van 200 is overigens minimaal. Zelfs ISO 800 levert nog steeds zeer acceptabele opnamen op. Met een van de lichtsterkere zoomlenzen van Nikon (80-200 f2.8 reeks) zou ik langer met ISO 200 kunnen werken. Deze lenzen hebben als groot nadeel, behalve de hoge aanschafprijs, dat ze veel groter en zwaarder zijn en dus minder handelbaar aan boord van een rubberboot.

 

Voor het bewerken van de opnamen, maak ik gebruik van Photoshop. Dit bewerken bestaat voornamelijk uit het recht zetten van de horizon en het maken van een nette uitsnede. Het op kleur corrigeren levert voor mij regelmatig problemen op, omdat mijn kleurwaarneming niet juist is. Ik noem rood rustig groen. Hiervoor moet ik dus veelal een beroep op Kevin of Herma doen. Dus zie je een afbeelding waarvan de kleur niet juist is ….

 

Met de D50 zijn inmiddels ruim 12.000 foto’s gemaakt en deze heeft tot op de dag van vandaag probleemloos gefunctioneerd. Voor de liefhebber van Nikon is een bezoek aan de website van Ken Rockwell zeer de moeite waard. Veel nuttige informatie over de diverse Nikon camera's en lenzen, en over andere technische aspecten van de digitale fotografie.

 

Zo begon het...

 

Mijn eerste camera kreeg ik van mijn oma, nu zo’n 30 jaar geleden. Het was een Agfa Click. Een camera die geschikt was voor rolfilm 120 en waarmee ik zwart/wit foto’s kon maken.

 

Foto De Agfa Click kwam in 1958 op de markt

 

Ik vond het fotograferen zo leuk dat ik enkele jaren later, van het geld dat ik met mijn krantenwijk verdiende, m’n eerste spiegelreflexcamera heb gekocht. Het was een tweedehands Canon A1.

De Canon A1 werd in 1978 op de markt gebracht en was toen een revolutionaire camera door het gebruik van veel moderne elektronica. Met de motordrive MA maakte deze camera tot 6 beelden per seconde en was dus uitermate geschikt voor sportfotografie. De A1 is tot 1985 in productie gebleven en is toen vervangen door het model T90. Ik was zo weg van de A1 dat ik er in de loop van de tijd uiteindelijk 3 van heb gekocht die alle 3 nog in mijn bezit zijn.

 

 

De voorzichtige overstap naar digitaal, naast analoog, werd gemaakt met de aanschaf van een Minolta F100. Een 4 megapixel compactcamera met een erg goed optiek, die we naast de Nikon D50 nog steeds af en toe gebruiken omdat hij makkelijk in een broek- of binnenzak van een jas mee te nemen is. De F100 maakt prima foto maar heeft als grote nadeel het hoge energieverbruik. Met een setje accu’s ga je de dag niet volmaken!